Dag 1 – Transformation on the road

We zijn afgereisd naar zee
Om een ode te brengen aan Moeder aarde
Met de intentie bij te dragen
Aan de wedergeboorte van Venus

En dat op de dag
Van de verduistering van een volle maan

Het voelt alsof we opnieuw in de haven staan. Een veilige haven.
Net teruggekeerd van de eerste episode van ons eigen leven, die 46 respectievelijk 50 jaar duurde. Diep van binnen weet ik dat ik al een tijdje bezig ben met de voorbereiding op die tweede episode van mijn leven.  En dat ik in die tussentijd, die periode van overgang, van de ene episode naar de andere, de reis die ik tot nu toe heb afgelegd, in retrospectie mag optekenen.

Op de achtergrond in  mijn hoofd hoor ik mijn vader mij corrigeren: “Altje, het woord optekenen bestaat niet. Je tekent iets of je schrijft iets op.”
“Ja, dat weet ik”, hoor ik mijzelf antwoorden.
“En toch zeg ik dat met zoveel nadruk op die manier. Want dit hele pas op de plaats maken, terugblikken en toelaten wat er wil ontstaan, kán ik alleen maar doen door het alle twee te doen. Tekenen en opschrijven tegelijkertijd. Zoals met het maken van een songline.”

“Een songline? Wat is een songline?”
Elf jaar geleden werd me diezelfde vraag gesteld, toen ik tijdens de 12-daagse dialoogopleiding op een zeker moment mij uit het gaande dialooggesprek had terug te trekken.
“Het spijt me lieve mensen dat ik mij hieruit terugtrek. Maar ik MOET nu een songline schrijven.”
“Een song-wat?”
“Een songline. Ik weet ook niet precies wat het is, ik heb er alleen ooit een boek van Bruce Chatwin over gelezen, toen ik in Australie was. That’s all.”

“Wikipedia beschrijft de songline als: ‘Within the animist belief system of Indigenous Australians, a songline, also called dreaming track, is one of the paths across the land (or sometimes the sky)[1] which mark the route followed by localised “creator-beings” during the Dreaming. The paths of the songlines are recorded in traditional songs, stories, dance, and painting.'”

Ik vervolgde mijn toelichting aan mijn mede-reisgenoten: “Wat ik nu weet is dat ik de reis die wij tijdens deze opleiding samen hebben afgelegd in retrospectie heb te schrijven, te redigeren en te regisseren. In tekst, in muziek, in dans, in beeld. En al moet ik het alleen doen, I don’t care. Maar dit is wat ik NU heb te doen.”

En zo geschiedde. Er stonden nog vier cursisten op die blijkbaar ‘aan’ gingen op het heilige vuur waarmee ik mijn verhaal deed en samen zijn we toen een co-creatie proces ingegaan. Waarin we de reis tot een lied hebben gemaakt, uitgedrukt in melodie en beweging. Later ben ik mij gaan realiseren dat ik toen de blauwdruk heb ervaren van elk co-creatieproces dat ik nadien initieerde.

En nu 11 jaar later sta ik op hetzelfde punt. Als Daan en ik aan het einde van de dag op de oevers van Oudekerk aan de Amstel in Loetje aan de Balinese ballen gaan, begint de symboliek van die dag langzaam binnen te druppelen.

“Daan! Het woord Harbour kwam twee keer heel subtiel binnen ons vizier.”, zeg ik in een keer.
“Je stapte bij mij in de auto bij het Harbour hotel in Vinkeveen en de jas van je vader, die hij mij liet zien toen we bij jouw thuis waren in Castricum…was van het merk Harbour.”
“Dus?” Daan kijkt me wazig aan.
“Nou…dat betekent dat we op De reis van de helden-kaart ons nu begeven op dag 1 en wel in de haven. Een Veilige haven. We staan nu in onze eigen veilige haven. Waar we mogen lossen en laden, onze dreamtime- en reisverhalen mogen bezingen, onze voorouders mogen eren en ons mogen gaan voorbereiden op de volgende verkenningstocht.”

“Ahaaaa”…zeggen we in koor.
“Het is dus toch zover gekomen.”